Pas de grootte van het invlieggat aan bij de vogelsoort die je wilt aantrekken, want een te groot gat laat roofdieren en concurrerende grotere vogels binnen, terwijl een te klein gat juist de soort buitensluit waarvoor je het huisje hebt gebouwd. Gebruik onbehandeld hout in plaats van drukgeïmpregneerd hout of geverfde restjes, want de chemicaliën in behandeld hout en veel verf kunnen na verloop van tijd giftig zijn voor broedende vogels en hun kuikens. Boor een paar kleine drainagegaten in de vloer en ventilatiegaten dichtbij de daklijn, want regenwater dat zich vanbinnen ophoopt kan kuikens verdrinken en slechte luchtcirculatie kan het nest oververhitten op warme dagen. Sla het zitstokje voor het invlieggat over, want zitstokjes maken het roofdieren zoals eekhoorns en grotere vogels makkelijker om erin te reiken en eieren of kuikens aan te vallen, terwijl de meeste holenbroedende vogels er geen nodig hebben om binnen te komen. Monteer het vogelhuisje op de hoogte en oriëntatie die geschikt zijn voor je doelsoort, en richt de ingang licht naar beneden en weg van heersende winden en direct middagzonlicht, want een slecht geplaatst huisje blijft vaak volledig ongebruikt zelfs als het goed gebouwd is. Maak het vogelhuisje eenmaal per jaar schoon nadat het broedseizoen is afgelopen, want oud nestmateriaal dat binnenblijft kan parasieten en mijten herbergen die het huisje minder aantrekkelijk of onveilig maken voor de bewoners van volgend jaar.